Gelezen in Trouw:
Ooit was de Ronde van Vlaanderen een heroïsche slachting onder zwijgzame boerenpummels, die op de proef werden gesteld door de elementen, puntige kasseien en de gemene puisten die in het Vlaamse land verscholen liggen. In het tijdperk van Tom Boonen wordt met die mythe de spot gedreven. De ‘Brad Pitt’ van de wielersport – sterk als staal, zelfverzekerd, intelligent en geboren met een feilloze intuïtie – hoefde niet heroïsch te worstelen om zijn tweede zege op rij te boeken in de klassieker. Die kwam bijna klinisch tot stand. De QuickStep-ploeg nam de koers vanaf de start in een houdgreep. De Vlaamse Ardennen was een speeltuin. Immuun voor tegenslag en zwakte voltooide Boonen in Meerbeke zijn kroniek van een aangekondigde triomf.
Na binnenkomst deed Boonen zijn best de dag iets van dramatiek te geven. ,,Als je wint lijkt het altijd gemakkelijk. Ik zou willen dat iedereen nu kon voelen wat ik voel. Het is alsof ze een paar vijzen in mijn rug hebben gestoken en een bak zout in mijn spieren gestrooid.’’ Vrij vertaald: hij was best moe.
Maar, al snel na de start leken zelfs de weergoden mee te helpen aan een zorgeloze dag voor Boonen. De regen stopte, de grijze hemel maakte plaats voor prachtige wolken. Natuurlijk, er werd moordend hard gereden in de eerste honderd kilometer, toen de zijwind het peloton al murw had gebeukt. Boonen werd echter beschut door ploegmaten. O ja, de doortochten door de Vlaamse dorpjes waren gevaarlijk. Wat dan te denken van de Koppenberg, de zo gevreesde steile helling op 73 kilometer van de streep? Boonen: ,,Het leek alsof we over een rotswand reden. Er zaten gleuven tussen de kasseien van twintig centimeter. Als je daar inrijdt, vinden ze je nooit meer terug.’’
In werkelijkheid paradeerde Boonen daar over een rode loper. Hij reed dertig meter voor de spartelende meute uit. Het was niet eens bedoeld als versnelling. Slechts een handvol renners hoefde niet van de fiets. Erik Dekker was een van de velen die lopend zijn ambities zag vervliegen. Dekker vond de Koppenberg waanzin. ,,Volgend jaar moeten ze maar balken in het parcours leggen.’’
Boonen bleef ongeschonden, keek eens om en zag dat uiteindelijk een man of vijftien zijn spoor had kunnen volgen. Onder hen liefst drie ploeggenoten, onder wie de winnaar van Milaan-Sanremo (Pozzato) en de olympisch kampioen (Bettini). Ze stelden zich als voorbeeldige superknechten op. ,,Het was de bedoeling dat ik op De Muur het spul uit elkaar zou trekken. Maar dat was niet meer nodig’’, verklaarde Boonen. Het scenario liep nóg voorspoediger.
Op de Valkenberg, 32 kilometer voor het einde, zorgde Leif Hoste (Discovery) dat alle concurrenten achterbleven. Alleen Boonen had de demarrage kunnen beantwoorden. Karsten Kroon probeerde nog naar het duo toe te rijden. Boonen keek om, gaf even gas en Kroon boog nederig het hoofd. In een handomdraai was de koers beslist. Bij de achtervolgers werden Boonen en Hoste beschermd door Bettini en Hincapie. De Amerikaan kon na afloop niet helemaal begrijpen waarom zijn Belgische ploegmaat voorin zich zo enthousiast naar de slachtbank liet leiden.
Meewerken of niet – het had weinig uitgemaakt, erkende Discovery-ploegleider Demol. De wil van Boonen was wet. Tweede was beter dan niets. Demarreren was zelfmoord geweest. Demol moest gisteren ervaren hoe de rivalen van Lance Armstrong zich jarenlang in de Tour hebben gevoeld. In slotkilometer speelde Boonen een psychologisch spelletje met Hoste. Beetje intimideren, grinnikte Boonen.
Als ‘een vooroorlogs koerske’ omschreef hij de 90ste Ronde van Vlaanderen. Het had meer weg van een abc-tje. Zelfs de lekke band die hij twintig kilometer voor het einde meende te voelen, bleek loos alarm. Boonen deed waar Vlaanderen op had gerekend. Ploegmanager Lefevere; ,,Het is weinigen gegeven om zo kalm te blijven op D-day. Het onderscheidt de allergrootsten met de anderen.’’
Meer van hetzelfde:


Facebook comments: