Frank,
Wij waren weinigen, wij waren sommigen, wij waren anderen.
Wanneer jij fietste tegen de wind, het hoofd ongebogen
Met de vleugels van een hoogvlieger.
Nog zonder angst voor je donkere kant, speelde je met vuur
Want aan de meet wachtten gouden glans en zilveren bekers.
Je fietste verder, verder tegen de wind en door de regen:
Jouw dromen, onze dromen aan flarden: het geluk gekeerd,
Werd jij, werden wij zwarte schapen
Maar je fietste door
Nooit alleen want met de hoop in het hart
En wij supporters: een wijdverspreide straatbende van dagdromers,
Aanbaden de zon van geen inzicht
Kusten het eeuwige licht van de twijfel.
Wij speculeerden op de beurs van de hoop,
Handelden met voorkennis van zaken uit vergeten tijden.
Wij zijn de open wond van een gesloten boek.
Wij zijn de dichte mond van een open vraag.
En fietsen zelf verder, nooit alleen:
Fietsen doe je nooit alleen,
Fietsen met de hoop in het hart
Doe je nooit of nooit alleen.
Mathias Rutger (Vrij naar Leonard Nolens)
Facebook comments: