Fietsproject: Stelvio

Ook deze zomer gaan we weer een grote col doen: de Stelvio. Bekend van de Giro ( daar waar Basso vorig jaar z’n grote inzinking kende). Om deze mythische col een beetje te duiden heb ik wat citaten verzameld op het net.

Toch kreeg het monster mij deze keer fysiek niet klein, maar geestelijk was het ver op. Wederom was de Stelvio er in geslaagd mij het plezier in het te ontnemen. was weer even de meest zinloze bezigheid, bedoeld voor dwazen die zichzelf om wat voor reden dan ook willen bewijzen.

Je kunt hier echt genieten van het prachtige uitzicht. De weg blijft heel continue stijgen, gemiddeld zo’n 8%. Nog steeds zijn er een heleboel bochten te gaan als we een belangrijke mijlpaal passeren: hotel Franszenshohe. Vanaf hier komt de top in beeld, echter schijn bedriegt, nog zo’n 30 bochten te gaan.
Het uitzicht op de Madatsch Gletscher en Ortler aan de linkerzijde is fenomenaal. Het wegdek is niet best, veel hobbels en scheuren, maar bij het klimmen is dat niet zo heel vervelend. De bochten liggen nu weer korter op elkaar en het is nu sneller aftellen.

De Stelvio met haar 48 bochten blijkt een hoge (2755 meter, het dak van de reis) maar niet moeilijke te beklimmen col. Het totale hoogteverschil bedraagt 1845 meter in 25 kilometer (gemiddeld 7,4%). De weg is vrij druk waarbij de geur van oververhitte remvoeringen overheerst. Bovenop de top is het een grote kermis met een groot aantal souvenirwinkels, restaurants en bradwurst-tenten.

De Passo dello Stelvio (in het vervolg zal alleen over de Stelvio geproken worden) is één van de hoogste paswegen in de Italiaanse Alpen. De Stelvio staat bekend om de 49 haarspeldbochten die op weg naar de pashoogte gepasseerd moeten worden.
De Stelvio kent een uitgebreid wielerverleden en heeft daarvoor voor wielerliefhebbers een welhaast magische uitstraling.

De Passo dello Stelvio (2757m), Stilfser Joch op zijn Duits (de Duits-Italiaanse taalgrens lopt over de pas), is na de Col de l’Iseran (2770m) en de Col de la Bonette (2802m) de op twee na hoogste Alpencol. Deze bijzonder tot de verbeelding sprekende pasovergang tussen Trentino en Lombardije volgt nog steeds het originele tracé uit de jaren 1820-1825 toen de weg door Oostenrijkse ingenieurs werd aangelegd. Het enorme hoogteverschil van 1871 meter en de schier eindeloze reeks van 48 genummerde haarspeldbochten vanaf Gomagoi maken vooral de klim vanuit Prato (Prad) tot een van de meest uitdagende in de Alpen.

// –>

Van de afslag van de SS40 bij Spondinig tot aan Prato is de weg nagenoeg vlak, waarna de klim geleidelijk inzet met bescheiden percentages door het dal van de Schluderbach. Pas na passage van de eerste brug over de beek worden de stijgingspercentages serieus en na Gomagoi begint de eigenlijke klim. Nog eens viermaal wordt de beek overgestoken waarna in het bos van het Trafoier dal regelmatig de tien procent wordt gehaald. Er lijkt geen eind te komen aan het bos, maar eenmaal boven de boomgrens bij het Gasthaus Weißer Knott is de hele verdere klim tot aan de top in één blik te vangen; een fantastisch en ontmoedigend gezicht die opeenvolging van haarspelden tegen het majestueuze decor van de Ortlerspitze en Madatschgletscher. In de krappe haarspelden kunnen grotere bussen vaak niet in één keer de bocht nemen zodat het op zonnige dagen in de zomer na de ochtenduren regelmatig voorkomt dat de doorgang versperd wordt door een touringcar. Vroeg vertrekken en juli en augustus bij voorkeur mijden dus! De steilste passage is een stukje van 15% bij Weißer Knott, verder wordt de 12% nergens overschreden. Eenmaal boven wordt het hooggebergte landschap helaas verregaand ontsierd door de bekende toeristenkermis die hier een complete winkelstraat beslaat. Om later op de dag de drukte in de afdaling te ontlopen is er de interessante optie om terug te fietsen via de Umbrail Paß. Weliswaar is er bovenin nog steeds een strook van enige kilometers niet geasfalteerd maar bij goed weer is dat zelfs op de smalste racebandjes geen enkel probleem. Dit levert een fraai rondje van 65 kilometer op.

Wielerhistorie
In vroeger tijden vormde de Stelvio regelmatig de Cima Coppi (hoogste punt) van de Giro d’Italia. Helaas is in mei de kans op slecht weer en dichtsneeuwen aanzienlijk zodat de laatste jaren de Stelvio niet meer wordt opgenomen.

Oh ja, voor de gekken onder ons, de Mortirolo ligt er vlak naast. Kunnen we misschien op een andere dag beklimmen 🙂
En voor de heel ambitieuze, die moet maar eens een kijkje nemen op deze site:http://www.maratona.it