Chocoladetaart

Uitgeprobeerd voor een feest met een gigantisch succes en om aan de massale vragen achter het recept te kunnen voldoen snel online gezet:

ingrediënten
225g boter (ongezouten) + extra om in te vetten
200g pure chocolade, in stukjes
6 grote eieren, gesplitst
200g fijne witte suiker
poedersuiker om de taart te bestuiven

Evt crème fraiche en aardbeien om erbij te serveren

Bereiding
Verwarm de oven voor op 190°C.
Vet een springvorm van 23cm doorsnee goed in met boter (het beslag is tamelijk vloeibaar, dus gebruik een goed sluitende bakvorm).
Laat de chocolade met de boter au bain-marie smelten (boven een pan met kokend water). Roer ze goed door elkaar. Hou dit mengsel apart.
Mix intussen de eiwitten tot ze zeer stijf zijn. Voeg onder het kloppen geleidelijk de fijne suiker toe. Klop er tenslotte de eierdooiers door. Er is nu een romig mengsel ontstaan.
Vouw met een metalen lepen snel het chocolade-botermengsel door het eiermengsel. Schenk het beslag in de ingevette vorm.

Bak de taart ca 55 minuten. Hij zwelt flink op tijdens het bakken, maar zakt enigszins in als hij uit de oven komt. Dit hoort zo.
Bestuif de taart rijkelijk met poedersuiker en serveer eventueel met crème fraîche en aarbeien.

Resultaat
Chocoladetaart

Fietsvakantie Tunesië

Ben net terug van een weekje vakantiefietsen in Tunesië: 480km hebben we afgelegd in zeven dagen. Zonder één enkele platte band noch mechanisch defect. Echte zondagskinderen.

We hadden maar een week en hebben ons beperkt tot rondfietsen in het noorden en het centrum van Tunesië.  Het traject liep van Sousse naar El Jem, el Jem – Kairouan, Kairouan – El Kef, El Kef – Teboursouk (via Dougga), Téboursouk – Zaghouan en vanuit Zaghouan terug richting vliegveld in Enfidha.

Trektocht over de Kilimanjaro

Dit was de ervaring van onze Tanzania-reis. Het is altijd indrukwekkend om bergen te beklimmen. Hier was het nog eens extra omwille van de extreme hoogte: 5895m. Wij waren voordien nog nooit hoger geweest dan een dikke 3000m en daar zit je hier al aan na de 2e dag.

Wij hadden 7 dragers, 2 gidsen en een kok en voor een team van 2 mensen. In het begin stonden we daar nogal onwennig tegenover, we waren immers gewend van zelf onze boontjes te doppen tijdens eerdere trektochten. Maar het went snel ook omdat je merkt dat het zo al zwaar genoeg is door de hoogte zonder dat je nog eens al die bagage moet dragen.

De gids is een zelfstandige met een vast team van porters dat afhankelijk van het aantal deelnemers wordt uitgebreid. De gids is verbonden aan een aantal organisaties die hem inhuren om toeristen te vergezellen. Gids worden doe je niet zomaar, daar moet je 3 jaar voor studeren waarna 1jaar stage volgt in het park zelf.

Binnen de dragers heeft ook iedereen zijn specifieke rol: de waterzoekers, de tentenopstellers, en de verkenners (zij vertrekken ’s ochtends in alle vroegte met beperkte bagage om snel in het volgende kamp te zijn en er de betere plekjes te bezetten). Maar de belangrijkste is de waiter. Die voorzag ons de hele trektocht van water for washing, eten en drinken voor onderweg en hij bracht het eten aan tafel. Die rollen worden onderling afgewisseld.
De 1e gids is de grootverdiener, daarna volgen de kok en de assistent-gids, dan de waiter en uiteindelijk de porters.

We hadden niet echt veel contact met de groep en dat was wel jammer. We aten altijd apart onder ons tweetjes, de groep at pas na ons. De porters zagen we weinig of nooit (enkel de waiter) en ook met de gidsen bleef het contact beperkt tot tijdens het wandelen.
De schaarse contacten waren wel zeer hartelijk. Zo hebben ze verschillende keren liedjes voor ons gezongen en gedanst.

Audiofragment

Enkele videofragmenten

Ze zijn er heel streng op het afval. Trash in trash out, er mag niets van afval op de berg worden achtergelaten. Er is dan ook nergens een greintje afval te bekennen, als je dat vergelijkt met de verhalen over het afvalstort op de Mount Everest…
Onze gids raapte zelf tijdens het wandelen elk papiertje op dat ie zag liggen en stak dat in z’n zak. De laatste dag na aankomst aan de gate stuurde ie 2 dragers terug naar boven om afval te gaan halen dat ze vergeten waren. Allemaal uit schrik om z’n licentie te verliezen

Taxi Tanzania

In Tanzania hebben we regelmatig een taxi genomen en altijd had die een lege naftbak. Zodra een prijs is afgesproken stap je in en rijden ze recht naar het dichtsbijzijnde tankstation om er 3, maximaal 5 liter te tanken. Pas daarna brengen ze je naar je bestemming.

Wij hebben er zelfs eentje gehad in Morogoro gehad die het nog verder dreef. Die trok telkens op tot 50 of 60 reed om dan zijn motor af te zetten en zich te laten uitbollen tot aan het volgende kruispunt waar ie dan weer startte en opnieuw optrok. Zo de hele rit tot aan de bestemming.

Taxi’s zijn er altijd oude witte Toyota’s die werden geïmporteerd uit Japan, gezien de tekens die soms nog zichtbaar waren en het stuur aan de linkerkant. Niet zelden was de voorruit gebarsten.
Wel waren ze altijd heel proper, ze worden dan ook dagelijks gewassen.

Video-fragment Taxirit

Het eten in Tanzania

Het eten in Tanzania is er over het algemeen vrij gevarieerd maar wel dikwijls gefrituurd. Meestal kan je er kiezen uit frieten of rijst en vis of vlees en daar dan wat verse groentes bij. Soms zijn er ook gekookte aardappelen of aardappelpuree. Er zijn ook veel Oosterse invloeden terug te vinden, zo aten we regelmatig een vegetarische curry.

In ons hotel in Matemwe op Zanzibar was het eten echt voortreffelijk. Daar lieten we de chef altijd zijn zin doen en kregen we dagverse vis, garnalen, kreeft of krab. Ook zijn pilau rijst was superlekker.

[flickr-photo:id=4981944479,size=m]

Het ontbijt daarentegen was een beetje eentonig. Elke dag opnieuw hetzelfde: een ei (roerbak of spiegelei, als je geluk had was er Spanish omelet en dan smaakte het een beetje af met wat ajuin en stukjes aardappelen erin), twee toastjes fabrieksbrood met confituur en wat stukken vers fruit. Ik kan je verzekeren, na 3 weken elke ochtend een ei als ontbijt kan je geen kip meer zien!

Lekkere koffie was een zeldzaamheid. Hoewel ze tussen de koffieplanten wonen en veel koffieplantages hebben is het moeilijk om echte koffie te vinden. Altijd krijg je een kan heet water en een potje oploskoffie (made in Tanzania) en mag je zelf je tas koffie maken. Om echte lekkere koffie te drinken moet je op zoek gaan naar speciale bars die meestal worden uitgebaat door buitenlanders.

Weer of geen weer

In het begin van onze reis, en dan vooral tijdens onze tocht op de Kilimanjaro waren we altijd bezorgd over de weersvooruitzichten voor de komende dagen. Maar telkens we deze vraag aan onze gids stelden, kregen we geen of een onduidelijk antwoord.

Na een tijdje begon het ons te dagen dat het weer er heel stabiel is en dan ook geen gespreksonderwerp is tussen de mensen. Ze praten er niet over zoals wij hier de hele tijd doen, het is toch altijd hetzelfde. Bij ons was dat steeds licht bewolkt maar altijd droog.

We hebben er op gelet en noch op tv noch in de krant was er een weerbericht, ze hebben dat gewoon niet. Op sky TV was er wel een weerbericht maar dat was dan heel globaal en ging vooral over de temperaturen in de verschillende hoofdsteden van het Afrikaanse continent.

Fietstrektocht door Tunesië

Ik ga iets doen waar ik al heel lang over droom maar wat er nog nooit van is gekomen. Tot nu dus. Morgen rond 18u stijg ik op richting Tunesië om er een week te gaan rondtrekken met de fiets.

Zoals wel meer hebben we ook deze keer enkel onze tickets heen en terug geboekt. Het reisschema dat we in onze kop hebben speelt zich vooral rond enkele highlights in het noorden af. We gaan maar een week dus we hebben sowieso fel moeten schrappen. Het zal een korte kennismaking zijn met en Tunesië en fietstrekvakantie.

De vlucht is naar Enfidah. Vandaar fietsen we naar El Jem (Colloseum), Kairouan (moskee is 4e heilig plaats ter wereld voor de Islam), Le Kef (bergstadje), Dougga (oude Romeinse stad, UNESCO werelderfgoed) en vandaar naar Tunis of terug richting vliegveld.

Het is de eerste keer dat ik ga rondtrekken met fiets en bagage dus geen idee wat we mogen verwachten. Er zitten verplaatsingen tussen van rond de 100Km. Maar dat zullen we moeten ervaren of het mogelijk is. Naar’t schijnt kan het er fel waaien 🙂

Waarom Tunesië? Omdat mijn reisgezel van een wereldfietser had gehoord dat Tunesië ideaal is om met de fiets te bezoeken. Je vindt er veel bezienswaardigheden op fietsbare afstanden. De wegen zijn er goed en dan is er nog het klimaat. Geef toe, 25°C nu in oktober er zijn slechtere klimatalogische omstandigheden om te fietsen in deze tijd van het jaar 🙂

Ik ga ook deze keer proberen om een dagboek bij te houden. Dat zal in de loop van november hier wel ergens online komen. Indien mogelijk komen er korte updates via twitter.

UPDATE: Verslag en dergelijke vindt u hier.

Travelbabbel

Eindelijk is het zover gevorderd dat die geopenbaard mag worden. Al sinds dat we terug zijn van onze Tanzania-reis ben ik ermee bezig geweest. Het verslag van die reis staat nu eindelijk online en ik heb er dan maar ineens een hele site rond gebreid: http://www.travelbabbel.be

Je vindt er verslagen van onze reizen, loop- en fietsroutes en restaurantbelevingen.
Niets met de allure van een recensent maar persoonlijke verhalen om goeie en slechte ervaringen met zoveel mogelijk mensen te delen.
Matemwe beach

Safari in Mikumi National Park

De Safari in Mikumi National Park was voor ons niet de grote geweldige ervaring zoals we op voorhand van andere gehoord hadden.

Het was natuurlijk leuk en bijwijlen heel indrukwekkend om al die dieren van dichtbij en in de vrije natuur bezig te zien. Maar het gevoel van een zoo was toch nooit veraf. Je rijdt ’s ochtends het park in, rijdt er wat rondjes tot je zo goed als alle dieren hebt gezien en rijdt dan weer buiten naar je hotel in de stad. Het leek ons toch iets te gemaakt. We hebben dan ook besloten om het maar bij 1 dag safari te houden, nog eens 350$ betalen voor nog een dagje hetzelfde maar dan in een ander park leek ons toch net iets te duur.

Achteraf bekeken is het misschien fout geweest om geen arrangement van 2d met overnachting in een park te nemen. De beleving als je zo’n paar dagen in een park zit met de geluiden die je ’s nachts hoort zijn waarschijnlijk veel intenser dan wanneer je in en uit rijdt op dezelfde dag.

Dan zullen we nog eens terug moeten, ik moet sowieso nog eens terug om de Kilimanjaro te toppen 🙂
Al schijnen de inkomprijzen in bijvoorbeeld het Krugerpark in Zuid-Afrika veel lager te liggen…

Video-fragmenten Mikumi National park:

Met de bus reizen in Tanzania

Met de bus reizen in Tanzania is altijd een avontuur. We kennen allemaal de beelden van op tv: de gammele, volgestouwde bussen waar er op het dak meer passagiers zitten dan in de bus. Dat viel voor ons goed mee, op het dak was er altijd nog plaats over 🙂

Wat wel is is dat ze verschrijkelijk snel rijden. Meerdere keren gehad dat ze met zo’n oude bus 120Km/u reden op zo’n baantje terwijl ze met één hand zaten te sms’en.

De bussen zitten ook altijd vol, goed vol zelfs. En de mensen nemen er alles mee op de bus. We hebben mensen gezien met 3 levende kippen in hun zak, eentje die naar de zagerij was geweest en 10 houten planken van 3m lang bij had. Het raarste dat we gezien hebben was eentje die een grote frigo meenam. Het heeft een tijdje geduurd voor ze hem door de deur kregen maar het is hen toch gelukt.
En er is niemand die er opmerkingen over heeft, integendeel, ze zullen je helpen om het gerief op de bus te krijgen ook al hebben ze dan zelf een iets ongemakkelijkere zithouding. Moet je hier eens proberen om met 1 lange plank op de bus te stappen…



Zo’n bus is een beetje een kleine rijdende marktplaats. Alles kan je er kopen van eten en drinken, tot tandpasta en kleren. Verkopers stappen op, rijden een paar km mee en stappen weer af. In elk gehuchtje waar de bus vertraagd wordt ze bestormd door de lokale bevolking die dan een eindje meelopen en proberen om snacks en drinken proberen te verkopen.

[flickr-photo:id=4982386662,size=m]

Het ziet er op het eerste zicht misschien niet zo uit maar veiligheid is wel een issue. Zo’n bus moet per rit gemiddeld 3x over een weegbrug rijden voor controle, ook moet ze regelmatig stoppen voor politie die de papieren komt controleren. In elk dorpje ligt er een serieuze verkeersdrempel, wil je je bus of auto niet breken is het niet aangeraden om die sneller dan 10km/u te nemen. Maar misschien zijn dit wel lokale initiatieven om de kleine middenstand te steunen.

Als je de bus wilt nemen voor een langere trip kan je maar best je voorzorgen nemen en niet teveel eten of drinken. Stoppen is niet echt de gewoonte en de langste stop die wij hebben gehad was er van een kleine 20 minuten op een rit van bijna 12u.